Het aantal brommobielen in Nederland groeit in een ongekend tempo. Volgens cijfers van automotive-dataleverancier RDC steeg het wagenpark van 23.045 voertuigen in 2020 naar 32.646 eind 2025 – een toename van 42 procent in vijf jaar. Achter dit landelijke groeicijfer gaat echter een duidelijke tweedeling schuil. Amsterdam, jarenlang de belangrijkste aanjager van de groei, kreeg eind 2025 te maken met een plotselinge terugval nadat de gemeente de stadsbrede parkeervergunning afschafte. Vijf jaar geleden telde Nederland ruim 23.000 brommobielen; eind 2025 zijn dat er bijna 32.700, een groei van meer dan 9.600 voertuigen. Opvallend is dat de toename jaarlijks versnelt. Alleen al tussen 2024 en 2025 kwamen er ruim 3.600 brommobielen bij, de grootste jaarlijkse stijging ooit. Daarmee is de brommobiel uitgegroeid van nicheproduct tot een volwaardig segment binnen de Nederlandse mobiliteitsmarkt.

Amsterdam

Geen stad laat die ontwikkeling zo duidelijk zien als Amsterdam – zowel in groei als in kwetsbaarheid. Het aantal brommobielen verviervoudigde er van 1.201 in 2020 naar ruim 4.700 eind 2025. Op het hoogtepunt stond bijna één op de zeven Nederlandse brommobielen in de hoofdstad geregistreerd. Die groei werd mede mogelijk gemaakt door een gemeentelijke proef die in 2020 van start ging. Eigenaren konden een stadsbrede parkeervergunning aanvragen, geldig in alle parkeerzones – een uitzonderingspositie ten opzichte van reguliere automobilisten. De gemeente stelde een maximum van 3.000 vergunningen vast en verlengde de proef tweemaal. In september 2025 werd dat plafond bereikt en kwam de regeling definitief ten einde. Sindsdien zijn nieuwe eigenaren aangewezen op een buurtgebonden vergunning. Parkeren buiten de eigen wijk betekent simpelweg betalen, net als voor iedere andere automobilist.

invloed beleid

De impact van het gewijzigde beleid is direct zichtbaar in de registratiedata. In september 2025 – de laatste maand van de proef – werden in Amsterdam nog 154 brommobielen geregistreerd. Daarna zette een scherpe daling in: 118 in oktober, 66 in november, 62 in december en slechts 57 in januari 2026. Ter vergelijking: in januari en februari 2025 lag dat aantal nog op respectievelijk 122 en 123 registraties per maand. De gemeente heeft de proef inmiddels geëvalueerd. Wethouder Melanie van der Horst (Verkeer) maakte bekend dat begin 2026 een besluit volgt over het toekomstige parkeerbeleid voor brommobielen.

Volgens Mirjam van der Esch, commercieel manager bij RDC, is de conclusie helder: “De cijfers spreken voor zich: in vijf jaar tijd groeide het aantal brommobielen met 42 procent. Amsterdam laat zien hoe sterk beleid die groei kan beïnvloeden – zodra de stadsbrede vergunning verdween, daalde het aantal registraties van 154 naar 57 per maand. Dat is geen toeval, maar het directe gevolg van beleid.” De sterkste procentuele groei vindt opvallend genoeg niet plaats in de grote steden, maar in het Gooi. In Blaricum nam het aantal brommobielen toe van 14 in 2020 naar 74 eind 2025 (+429 procent). Laren groeide van 22 naar 81 voertuigen (+268 procent) en Huizen van 38 naar 122 (+221 procent). Deze cijfers staan los van de Amsterdamse situatie en wijzen op een bredere trend: de brommobiel ontwikkelt zich niet alleen als stedelijk vervoermiddel, maar ook als aantrekkelijk alternatief voor de kleine auto in welgestelde forensengemeenten.